| LohmanklinieK voor mondzorg |
|
|
 |
Onderzoek bij parodontitis
© JanWillem Vaartjes
Auteur JW Vaartjes
- pocketmeting
- DPSI
- parodontiumstatus
- furcatie
- röntgenfoto
- angulair boteffect
- behandelplan
|
|
Pocketmeting
Voordat een parodontologische behandeling gestart kan worden, moet natuurlijk
eerst onderzocht worden of iemand parodontitis heeft en ook in welke mate
dit het geval is. Hiervoor bestaan een aantal methoden en technieken.
De belangrijkste meting is de pocketmeting.

Hierboven is schematisch een pocketmeting te zien. Deze pocketmeting wordt
uitgevoerd met een pocketsonde. Met behulp van deze pocketsonde is het
mogelijk de diepte van de pocket in millimeters te meten. Het meest rechter
plaatje bevat de diepste pocketmeting. Hoe dieper de pocket hoe ongunstiger
de situatie.
|
DPSI
Als het goed is controleert de tandarts uw parodontium in ieder geval eenmaal
per jaar en noteert de DPSI-score. Deze score geeft globaal de parodontale
situatie in uw mond aan. Het gebit wordt verdeeld in zes gebieden, elk gebied
kan een cijfer krijgen variërend van 0-4. DPSI is een afkorting voor Dutch
Periodontal Screening Index.
| 0 |
Het
tandvlees is gezond |
| 1 |
Het
tandvlees is ontstoken, u heeft gingivitis |
| 2 |
Naast
gingivitis heeft u ook tandsteen |
| 3- |
Afbraak
van de steunweefsels, u heeft parodontitis (pocket >4 en <6) |
| 3+ |
Parodontitis
in combinatie met teruggetrokken tandvlees |
| 4 |
Een verdere verslechtering van situatie
3 (pocket 6 of groter) |
|

Links een voorbeeld, hoe de DPSI-score van een parodontitis patiënt er uit
zou kunnen zien. Bij de kiezen heeft er parodontologische afbraak plaats
gevonden. Rechtsboven bij de kiezen heeft de tandarts m.b.v. de pocketsonde
pockets van 6 mm of meer gemeten. |
Parodontiumstatus
Wanneer uit de 'screening' blijkt dat iemand parodontitis heeft, zullen
meer gegevens onderzocht en opgeschreven moeten worden. De status waarin
dit allemaal genoteerd wordt, heet de parodontiumstatus. Zes pocketmetingen
rondom elke tand of kies worden hierop genoteerd, samen met andere gegevens,
welke in de volgende alinea's worden behandeld. Na de eerste fase van de
parodontologische behandeling zal opnieuw een parodontiumstatus gemaakt
worden, om veranderingen te kunnen signaleren. |

Furcatie
Behalve de pocketdiepte is de aanwezigheid van een toegankelijke furcatie
belangrijk voor de prognose van een kies. Een furcatie is de ruimte
tussen de wortels van een kies. In een gezonde situatie is deze ruimte gevuld
met bot en bedekt met tandvlees. Bij parodontitis vind er afbraak van bot
plaats en kan deze ruimte toegankelijk worden. Links is schematisch een
volledig doorgankelijke furcatie te zien, waarbij de gingiva zich heeft
teruggetrokken. In deze situatie zou je vanaf de wangkant of de kant van
de tong, tussen de wortels van de kies door kunnen kijken. |
In werkelijkheid zijn de furcaties meestal niet zo duidelijk zichtbaar.
Daarom is het moeilijk om in deze ruimtes tussen de wortels, de tandplak
te verwijderen. Zelfs voor de tandarts of mondhygiënist is het moeilijk
om alle tandplak en tandsteen uit de furcatie te verwijderen. Vaak is het
beter om dit probleem op te lossen m.b.v. chirurgie. Een moeilijk reinigbare
furcatie zal een infectiehaard blijven en de prognose van een kies wordt
slechter als de toegankelijkheid van de furcatie groter is. Kiezen in de
onderkaak hebben twee wortels met een furcatie ingang aan de wang- en tongkant.
Kiezen in de bovenkaak hebben drie wortels, waarbij de ruimte onder de wortels
ook op drie plaatsen toegankelijk kan zijn. Onder zijn twee afbeeldingen
te zien van een volledig toegankelijke furcatie van een kies in de onderkaak.
Links op de röntgenfoto is te zien dat het bot tussen de wortels verdwenen
is en rechts is hetzelfde tijdens de chirurgische behandeling met het 'blote'
oog te zien. |
|
|
|
De mate van toegankelijkheid van een furcatie wordt genoteerd op de parodontiumstatus.
Om de toegankelijkheid te meten gebruikt de tandarts een furcatie-sonde.
Rechts is schematisch het meten van de furcatiedoorgang van een kies in
de onderkaak weergegeven.
Aangezien
een kies in de onderkaak twee furcatie ingangen heeft, kunnen hier twee
metingen worden gedaan; aan de wangkant en aan de tongkant. Vervolgens
wordt gekeken naar de graad van toegankelijkheid:
Graad I: wel toegankelijk, maar minder dan 3 mm of 1/3 van de breedte
Graad II: meer dan 3 mm of 1/3 van de breedte toegankelijk
Graad III: volledig doorgankelijk (zoals bovenstaande afbeeldingen)
Andere gegevens die genoteerd worden zijn de mate van teruggetrokken
tandvlees en de mobiliteit van de tanden en kiezen. De graad
van mobiliteit geeft de mate van beweeglijkheid van een tand of kies aan.
Hoe meer steunweefsel er verloren is gegaan des te losser komen de tanden
of kiezen te staan. Als een tand of kies zeer beweeglijk is kan dit de
prognose negatief beïnvloeden en zal deze misschien gespalkt moeten worden.
|
Röntgenfoto
Naast deze 'klinische' gegevens is het belangrijk om ook röntgenfoto's van
de tanden en kiezen te hebben. Op deze foto's is het verloop van het botniveau
tussen de tanden en kiezen te beoordelen, maar kunnen ook andere problemen,
welke van belang zijn voor de behandeling, opgespoord worden.
|
|
|
Boven
zijn twee röntgenfoto's te zien, op de linker is een normaal botniveau zichtbaar,
terwijl op de rechter foto, het botniveau sterk verlaagd is door parodontale
afbraak.
Angulair botdefect
|
|
|
|
Het bot kan een ongunstig verloop hebben. Als het bot onder een steile
schuine hoek naar de wortel toeloopt, kan het moeilijk zijn om alle plak
en tandsteen diep in de pocket te verwijderen. Dit steile verloop van
het bot wordt een angulair defect genoemd. Als er plak of tandsteen
in het angulair defect achterblijft, zal dit een infectiehaard blijven
en zal een chirurgische behandeling van het defect noodzakelijk kunnen
zijn.
Behandelplan
Met behulp van al deze gegevens genoteerd op de parodontiumstatus en zichtbaar
op de röntgenstatus, bepaalt de tandarts, waar de problemen zitten en
welke tanden en kiezen wel/ misschien/ of niet meer te redden zijn. De
tanden of kiezen die niet te redden zijn, zullen voor de behandeling getrokken
moeten worden.
De tandarts bespreekt
tenslotte met u het voorstel voor de uitvoering en de volgorde van de
behandeling en legt dat vast in een behandelplan.
Bij zeer ernstige of terugkerende parodontitis kan de tandarts ook een
bacteriologisch onderzoek van de tandplak laten uitvoeren. Hiervoor wordt
tandplak uit een aantal diepe ontstoken pockets gehaald. Een microbiologisch
laboratorium kan door middel van kweken bepalen welke soorten bacteriën
in de pockets voorkomen. Aan de hand van de uitslag van dit onderzoek
kan de tandarts beoordelen of antibiotica, als ondersteunende behandeling,
zinvol zijn.
|
[ Terug ]
[ Verder
]
|
|
|
| |
|
|
|
|